Advies-ellende

 

 Lisa is 11 jaar en ze zit in groep 7. Ze komt al langere tijd bij me voor rekenen en ik ken haar inmiddels aardig. Ik voel aan haar onrust dat ze het ergens met me over wil hebben. Het duurt niet lang voor ze haar probleem eruit gooit. ‘Wat nou als ik kader-advies krijg? Zeg eens eerlijk… wat voor advies zou jij me geven?’ Haar directheid overvalt me en brengt me meteen in een lastige positie. Het is niet aan mij om uitspraken te doen over adviezen voor het voortgezet onderwijs. Bovendien komt het officiële advies voor Lisa pas over een jaar.

 

‘Wat heb jij eigenlijk gedaan?’ gaat Lisa verder. ‘Wat bedoel je precies?’ vraag ik om tijd te winnen. ‘Nou gewoon, HAVO, MAVO, VWO of kader?’ Hoewel ik bang ben dat mijn antwoord niet is wat ze wil horen, zeg ik dat ik VWO heb gedaan.

 

‘Jij ook al zo hoog. Veel beter dan kader dus,’ zegt ze. ‘De moeder van Amber uit mijn klas wordt boos op Amber als ze de Citotoets niet goed maakt. En ik ben bang dat ik het ook niet zo goed ga doen en dat ik dan een laag advies krijg.’ Van binnen voel ik verontwaardiging opkomen, maar tegelijkertijd begrijp ik ook dat de druk van de Citotoets op iedereen invloed heeft. Op leerlingen, op ouders, op leerkrachten en op de directies van scholen.

 

Ik leg aan Lisa uit dat er heel veel mensen zijn die een grote vergissing maken. Terwijl ik een trappetje teken, vertel ik dat de meeste mensen denken dat VWO bovenaan betekent dat dat het beste niveau is. Lisa kijkt me vragend aan als ze zegt: ‘Maar dat is toch ook zo?!’ Ik reageer wat fel als ik zeg dat dat dus echt onzin is. ‘Ik zet een groot kruis door mijn tekening van de trap. De hele samenleving zou in elkaar storten als iedereen HAVO of VWO zou doen. Wat hebben we aan allemaal dokters en advocaten? Daar hebben we er maar een paar van nodig! Maar we hebben heel veel mensen nodig die werken in de winkels, of die de auto’s kunnen repareren of mensen die ons haar mooi kunnen knippen. Daar worden we allemaal blij van, toch!’ besluit ik mijn betoog.

 

Het eerst zo gespannen gezicht van Lisa verandert langzaam in een glimlach. ‘Ja,’ zegt ze. ‘En mijn wens is dat ik in een restaurant mag werken. Ik denk dat dat met kader ook wel kan!’ Als we verder gaan met de rekenles en ik het hardwerkende meisje naast me observeer, ben ik ervan overtuigd dat iedereen zo’n gouden kracht later wil hebben. Lisa is gerustgesteld. Nu de rest van Nederland nog! 

 

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Jurriën (woensdag, 28 maart 2018 14:00)

    Mooi stuk. Ik ben vernoemd naar een vuilnisman, die met groot plezier zorgde dat de wijk aan het einde van de week schoon was. Mijn ouders hebben mij altijd op het hart gedrukt mijn best te doen, omdat ik dan werk zou kunnen doen wat ik leuk bleef vinden.
    Mijn best heeft me tot VWO en een voor mij leuke baan geleid. Maar ik heb niets dan ontzag voor monteurs, installateurs, kappers, verpleegkundigen, etc.